Dit onderzoek heeft tot doel, vanuit een artistiek perspectief, de dichotomie tussen ambacht en technologie te onderzoeken in een tijdperk van obscure revolutionaire ontwikkelingen. Door in te gaan op de voortdurend evoluerende wisselwerking tussen de hand en de machine, en door nieuwe materialistische en posthumanistische idealen te omarmen, wil Edu Tarín aantonen dat de kloof tussen deze twee domeinen denkbeeldig is.
Historisch gezien zijn ambacht en technologie nauw met elkaar verweven. Tegenwoordig wordt ambacht echter vaak geromantiseerd als enkel een fysiek proces, een overblijfsel uit het verleden, terwijl technologie wordt voorgesteld als een duistere toekomst die ons losmaakt van de realiteit. Deze polarisatie negeert de fundamentele wederzijdse afhankelijkheid van beide domeinen en hun gedeelde vermogen om het denken en handelen van de toekomstige mens vorm te geven. Naarmate nieuwe technologieën worden geïntegreerd in ambachtelijke praktijken, introduceren zij een "ontlichaamde" laag in het maakproces, wat vraagt om een herdefiniëring van de manier waarop we de omgang met materialen begrijpen en hoe we ambacht in bredere zin beschouwen.
De methodologie van dit doctoraatsproject omvat interdisciplinair onderzoek vanuit een postfenomenologisch perspectief, waarbij de cognitieve structuren van het zelf worden onderzocht binnen zowel traditionele als hedendaagse productiemethoden. Door middel van fysieke exploratie en conceptuele analyse van technieken binnen ambachtelijke disciplines en moderne productiemethoden, streeft Tarín ernaar tastbare werken te creëren die als platform dienen om de huidige lineariteit in de relatie tussen maker, object en gereedschap te bevragen.
Promotoren: Thomas Cromez (Academie) en Jouke Verlinden (UAntwerpen)