Overslaan en naar de inhoud gaan
  • Home
  • Onderzoek
  • Arpeggio in barokke klavierliteratuur

Arpeggio in barokke klavierliteratuur

‘Arpeggio’, het breken van akkoorden, is vandaag een algemeen aanvaarde en toegepaste techniek op klavecimbel. Het is echter de vraag in hoeverre dat historisch te duiden valt. Tot op heden bestaat er geen volledige vergelijkende studie van het bronnenmateriaal over arpeggio, hoewel de uitvoeringspraktijk van barokmuziek rijk gestoffeerd is. Een grondig onderzoek is dus meer dan nodig.

Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen ‘enkelvoudig’ (waarbij een akkoordnoot in de regel slechts één keer voorkomt) en ‘meervoudig’ breken (in een ritmisch patroon met akkoordnoten die herhaald worden). Het eerste type wordt tegenwoordig universeel toegepast, ongeacht context, stijl, land, periode; het tweede type, nochtans uitvoeriger beschreven in historische bronnen, wordt wegens een gebrek aan kennis ervan amper aangewend.

In een partituur werd arpeggio slechts zelden genoteerd, behalve in gevallen waar een componist er expliciet om vroeg. In vele gevallen was een notatie ook niet relevant, bv. wanneer de speler in de leer was bij een meester. Uitvoerders vandaag worden dus geconfronteerd met de vraag in hoeverre arpeggio toepasbaar is, ook waar het niet expliciet voorgeschreven staat.

Promotoren: Ewald Demeyere & Bruno Blondé

ONDERZOEKER(S)