Dit artistieke onderzoeksproject verbreedt de dans- en choreografische praktijk als een speculatieve methode om alternatieve vormen van belichaming te verbeelden en te oefenen, afgestemd op post-antropocentrische mogelijkheden. Belichamingen die rekening houden met een meer-dan-menselijke ethiek, menselijke spectraliteit en de biosferische schalen waarin het menselijk lichaam verstrengeld is en terug te vinden is.
Het kader van ‘Onzekerheid’ wijst op de ecologische instabiliteit van het heden, met name door de omstandigheden en implicaties van de aanhoudende klimaatcrisis onder de loep te nemen. Vanuit een ecologisch perspectief van planetaire co-existentie is het onmogelik om ons lichaam los te zien van de rest van de wereld; het lichaam en de atmosfeer zijn met elkaar verweven. Door het lichaam te erkennen als een verweven onderdeel van de wereld, komt het in een onzekere positie terecht: hoe geven veranderingen in de biosfeer, transformaties van biotopen en relaties met meer-dan-menselijke wezens het begrip ‘lichaam’ zelf een nieuwe vorm? Wat betekent het om te zijn, te hebben en elkaar te ontmoeten via een ‘menselijk’ lichaam, terwijl we de vaste identiteit ervan in twijfel trekken? Kan het uittesten (repeteren) van alternatieve (toekomstige) belichamingen een uitgangspunt vormen om de relatie tussen lichamen, ecologie en meer-dan-menselijke wezens te beschouwen als meer verweven, relationeel en voortdurend in transformatie? Door onzekerheid als ontologisch te benaderen, opent het artistieke onderzoek van het project zich voor potentiële toekomstige vormen van belichaming die voortkomen uit het speculatieve ‘wat als’ dat door post-antropocentrische perspectieven wordt opgeroepen. Perspectieven die bedoeld zijn om het mensgerichte bestaan te decentreren en in plaats daarvan onze lichamen te erkennen als onderdeel van de stroom van het vormgeven van, en gevormd worden door, de wereld(en) waarin we leven.
Een belangrijk onderdeel van het werk zal vorm krijgen door het creëren van choreografische partituren die zijn gebaseerd op het idee van 'eindes'. Dit verdeelt het onderzoek in drie delen: het einde van het lichaam, het einde van (het) zelf en het einde van de mens, die samen een ”Möbius-trilogie” van performatieve werken zullen vormen. Hier wordt ‘einde’ niet opgevat als een bestemming, maar als een proces van overgang en transformatie waardoor onze manieren van zijn zich ontvouwen tot nieuwe en veranderlijke betekenissen.
De choreografische praktijk wordt benaderd als een laboratorium voor het uittesten, ervaren en instuderen van dergelijke nieuwe sociale en ecologische relaties, waarbij elk deel van de trilogie verschillende alternatieven voor het antropocentrische lichaam uitprobeert. Het project streeft er dan ook naar om vastgeroeste opvattingen over belichaamde identiteit te doorbreken, kritische reflectie te stimuleren en het zintuiglijke bewustzijn van onze onderlinge afhankelijkheid met menselijke en niet-menselijke ecologieën te verdiepen.
Promotoren: Anne-Lise Brevers (Koninklijk Conservatorium Antwerpen), Kyoko Iwaki (UAntwerpen)
Update: september 2026