Overslaan en naar de inhoud gaan
  • Home
  • News
  • Wat met de kunst van morgen?

Wat met de kunst van morgen?

Kunsthogescholen zijn bezorgd over de besparingen van Vlaamse regering.

Aan de Vlaamse Kunsthogescholen ontwikkelen kunstenaars van morgen hun talenten. Sinds vele jaren leiden deze Schools of Arts hun studenten op tot creatieve ondernemers, die met hun excellentie de kunstensector op verschillende manieren verrijken en zich tevens kunnen engageren in een sociaal-artistieke of educatieve context. Zo worden ze maximaal voorbereid op de start van hun professionele loopbaan. De eerste stap daarin is voor veel jonge kunstenaars het verwerven van een opstartinvestering van de overheid voor hun professionele kunstprojecten. Zonder deze incentive wordt het voor veel kunstenaars moeilijk om netwerk, podiumkansen en ervaring op te bouwen, laat staan te evolueren naar internationale erkenning.

Met de projectsubsidie geeft de Vlaamse overheid jonge en startende kunstenaars een vitaal duwtje in de rug. Hoe bescheiden ook, die ondersteuning genereert samenwerkingen en andere financiële middelen die er voor zorgen dat er kunst kan gemaakt en getoond worden op het allerhoogste niveau. Grote namen als Ivo Van Hove, Anne Teresa De Keersmaeker, Jef Neve en vele andere ensembles, collectieven en solisten zijn dankzij dit systeem kunnen uitgroeien tot de artiesten met internationale renommee die ze nu zijn. Hun opvolgers, nu nog onder de radar, zijn de beloftes voor de toekomst. Maar er zijn ook kunstenaars die projectsubsidies aanwenden voor producties die bijdragen aan het onderzoek en de ontwikkeling van de kunsten. Het domein van kunst en cultuur wordt immers in grote mate van binnenuit geïnnoveerd dankzij de attitude van levenslang leren van artiesten. Door nu in deze beloftes en in de innoverende krachten te investeren, blijven we werken aan de internationale uitstraling van Vlaanderen van vandaag én morgen.

De aangekondigde besparing van 60% in de projectsubsidies legt dit beleid aan banden en creëert een kloof tussen de opleidingen en een werkveld waarin men zich té snel zal moeten profileren, waarin geen ruimte meer is voor een organische ontwikkeling van artistiek potentieel. De Kunsthogescholen zijn verbaasd dat deze maatregel zonder enig overleg wordt opgelegd en al zeer spoedig in werking zal treden. Men kan zich afvragen hoe dit strookt met de regels van behoorlijk bestuur. De Kunsthogescholen dringen bij de Vlaamse Regering aan op een grondige herziening van deze beslissing en rekenen er ook op dat zij als betrokken partij mee uitgenodigd worden op het overleg hierover.

Namens de Vlaamse Kunsthogescholen en de werkgroep Kunsten van VLHORA:

Ann Brusseel, algemeen directeur Erasmus Hogeschool Brussel
Kathleen Coessens, directeur Koninklijk Conservatorium Brussel, Erasmus Hogeschool Brussel
Pascale De Groote, algemeen directeur AP Hogeschool Antwerpen en voorzitter werkgroep kunsten Vlhora
Wim De Temmerman, prodecaan KASK & Conservatorium en Opdrachthouder hoger kunstonderwijs HOGENT
Stefaan De Ruyck, hoofd Koninklijk Conservatorium Antwerpen, AP Hogeschool Antwerpen
Erwin Goegebeur, departementshoofd PXL-MAD School of Arts, Hasselt.
Koen Goethals, algemeen directeur HOGENT
Veerle Hendrickx, algemeen directeur Karel de Grote Hogeschool
Lars Kwakkenbos, decaan KASK & Conservatorium, HOGENT-Howest
Ben Lambrechts, algemeen directeur Hogeschool PXL
Ann Olaerts, hoofd School of Arts RITCS, Erasmus Hogeschool Brussel
Johan Pas, hoofd Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, AP Hogeschool Antwerpen
Simon Van Damme, algemeen directeur – decaan LUCA School of Arts
Ad Van Rosmalen, hoofd Sint-Lucas Antwerpen, Karel de Grote Hogeschool
Maarten Vanvolsem, vicedecaan onderwijs LUCA School of Arts